Op vakantie blijken we andere mensen te worden. Waar we thuis gemiddeld nog geen anderhalve kilometer per dag lopen, stijgt dat tijdens de vakantie tot vijf. Ineens trekken we onze schoenen aan, kiezen een pad en gaan op ontdekkingstocht. De cijfers van het Nederlands Verplaatsingspanel laten zien dat zodra de agenda verdwijnt, het wandelen vanzelf terug komt in ons systeem.
Volgens het Nederlands Verplaatsingspanel wordt op 71 procent van de vakantiedagen gewandeld. Thuis gebeurt dat op minder dan de helft van de dagen. Tijd, rust en natuur spelen de hoofdrol. Op een camping in de Ardennen of een dorpje in Tsjechië is bewegen geen verplichting, maar iets wat je vanzelf doet. Het rondje na het ontbijt of de tocht naar het uitzichtpunt hoort bij de dag, net als koffiezetten of de afwas doen.
Tsjechië bovenaan qua wandelkilometers
De meeste wandelkilometers leggen Nederlanders af in Tsjechië: gemiddeld vijf per dag. Dat betekent niet dat het land ineens onze populairste vakantiebestemming is, maar dat de mensen die erheen gaan, er bovengemiddeld veel wandelen. De verklaring ligt in de aard van het land: compact, groen en doorsneden door duizenden kilometers aan bewegwijzerde routes.
Het Reuzengebergte, het Boheems Paradijs en het Šumava Nationaal Park bieden routes voor alle niveaus. Dorpjes liggen vaak op wandelafstand van elkaar, en overnachtingsplekken liggen midden in de natuur. Bovendien is Tsjechië betaalbaar en rustig – eigenschappen die goed aansluiten bij de kampeerder die rust zoekt en liever loopt dan rijdt. Daardoor is het niet zo opvallend dat dit boven populaire bestemmingen als Frankrijk, Oostenrijk en Duitsland eindigt.
Waarom juist Tsjechië?
Volgens Thierry Langeweg van mobiliteitsadviesbureau Goudappel is dat logisch: “Vooral in gebieden met veel natuur trekken we logischerwijs vaak de wandelschoenen aan.” Hij ziet dat vakanties met een actief karakter steeds populairder worden: wandelen is eenvoudig, duurzaam en goedkoop.
Een herkenbaar voorbeeld: gezinnen die in Zuid-Bohemen kamperen, stappen ’s ochtends direct vanuit hun tent het bos in voor een korte route van acht kilometer. Geen planning, geen transport – gewoon lopen en weer terug. Zulke spontane tochten dragen bij aan de hoge wandelgemiddelden die het NVP meet.
Maar ook Nederland blijft een echt wandelland
Ook dichter bij huis trekken we er massaal op uit. In Nederland blijven Gelderland en Utrecht favoriet, met respectievelijk 2,9 en 2,3 kilometer per vakantiedag. De Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en het Rijk van Nijmegen trekken zowel gezinnen als geoefende wandelaars. Het vlakke landschap, de korte afstanden en de vele gemarkeerde routes maken het makkelijk om elke dag een stukje te lopen.
Wandelen vanaf de camping
Veel campings spelen daarop in met wandelroutes die direct bij het terrein beginnen. Een rondje van acht tot tien kilometer langs een dorp, heideveld of rivier is voor veel kampeerders precies goed: lang genoeg om iets te beleven, kort genoeg om zonder voorbereiding te doen.
Buiten Nederland gaan we liever lopen dan fietsen
Buiten Nederland daalt het fietsgebruik flink. In bergachtige gebieden of drukke steden kiezen we sneller voor wandelen. Het voelt veiliger, vraagt minder voorbereiding en geen speciale uitrusting. Fietsen meenemen of huren is vaak gedoe, en niet elk land heeft de fietspaden waar wij thuis aan gewend zijn.
Analist Johan Koolwaaij van Mobidot noemt dat een kwestie van infrastructuur: “In het buitenland is fietsen vaak minder aantrekkelijk door de gebrekkige fietsinfrastructuur, de bergachtige omgeving en het gebrek aan fietsstroken of fietspaden.” Dat verklaart waarom wandelen er juist terrein wint.
De nieuwe wandelvakantie
Wandelen past bij de tijdsgeest. De moderne vakantieganger zoekt rust, natuur en eenvoud. Geen prestatiedrang, maar een tempo dat ruimte laat voor omkijken, fotograferen of een broodje eten op een bankje. Veel reizigers noemen wandelen de stilste manier van reizen: je hoort de vogels, ruikt het bos, praat onderweg zonder afleiding.
Het past ook bij de verschuiving naar duurzamer reizen. Wie kampeert of dichtbij huis blijft, heeft minder behoefte aan lange autoritten. Een wandeltocht vanaf de camping voelt logischer dan een excursie met de auto. Bovendien kost het niets, en dat telt mee in een tijd waarin vakanties duurder worden.

Trend met lange adem
De cijfers van het NVP zijn een momentopname, maar ze leggen wel een patroon bloot. Wandelen groeit niet door modetrends of gadgets, maar omdat het precies aansluit bij hoe we tegenwoordig willen reizen: eenvoudiger, rustiger, dichter bij de natuur.
Wie om zich heen kijkt op de camping, ziet het gebeuren. ’s Ochtends vertrekken de stelletjes met een dagrugzakje, de gezinnen met kleinere kinderen en buggy’s volgen de kortere gemarkeerde routes, en tegen de middag keert iedereen terug met rode wangen en stoffige schoenen. De wandelschoenen liggen niet meer onderin de kofferbak, maar bovenin — klaar voor de volgende dag.
